Van abstractie naar lichaam
Organisaties hebben abstracties nodig. Regels, categorieën, protocollen, dossiers, statistieken. Zonder die lagen wordt grootschalige hulp onmogelijk.
Abstracties zijn tools. Geen waarheden.
Hun functie is coördinatie. Hun risico is dat ze de werkelijkheid gaan vervangen. Dat de kaart belangrijker wordt dan het gebied.
Een gezond systeem kan complexiteit comprimeren tot hanteerbare structuren, maar het behandelt die structuren nooit als volledige weergave van de werkelijkheid. De echte test is niet of er regels zijn. De echte test is of het systeem nog steeds kan zien, horen en reageren op wat die regels niet vatten.
Wanneer dat contact verloren gaat, begint het systeem mensen te besturen alsof het dossier de mens is.
Ik sta aan de andere kant van dat contact.
Als je dakloos bent en zonder inkomen, ontdek je snel wat de werkelijke regels van het leven zijn. Niet de protocollen. Maar: Waar kan ik plassen zonder aangekeken te worden? Waar vind ik water? Waar kan ik veilig slapen? Waar kan ik mijn spullen neerleggen? En vooral: waar mag ik gewoon zijn, zonder de hele tijd te moeten rekenen wanneer ik weer moet verdwijnen?
Laat me drie momenten geven.
Eerste. Ik zeg tegen een begeleider: “Als ik vijf euro per week zou kunnen krijgen, koop ik bij de Burger King een hamburger, draai het bonnetje om, vul de enquêtecode in, en krijg ik een gratis koffie. Dan mag ik daar legitiem zitten van zeven tot elf. Toilet, wifi, tafel, stroom. En niemand die me wegstuurt.” Het antwoord: “Heb je die vijf euro echt nodig? Je kunt toch ook ergens anders gaan zitten en als ze je wegsturen, ga je gewoon verder.”
Het ging niet om de hamburger. Het ging om het verschil tussen ergens kunnen zitten en ergens mogen zijn. Wie constant moet anticiperen op het moment dat hij wordt weggestuurd, rust niet. Hij overleeft.
Tweede. Na vier maanden in de noodopvang vraag ik of er groene thee is. “Nee, maar je kunt het zelf in de winkel kopen. Dan is het ook van jou.” Na vier maanden mij te hebben gezien, ging het systeem er nog steeds van uit dat ik geld had. Niet uit kwaadwilligheid. Maar omdat de abstractie mij al had samengevat.
Derde. Acht uur lang bellen met een buitenlandse bank, samen met mijn begeleider. Vijf keer doorverbonden. Vijf keer het hele verhaal opnieuw. Uiteindelijk: “We sturen de resetcodes naar het adres dat bij ons geregistreerd staat.” Een adres dat voor mij niet meer bestaat. En niemand in de hele keten kon het wijzigen. Iedere afdeling had een stukje van de virtual layer. Niemand had de actual layer: de mens.
Dit is wat er gebeurt wanneer systemen optimaliseren voor interne coherentie in plaats van voor externe werkelijkheid.
Ik heb autistische eigenschappen. Mijn zenuwstelsel werkt als een te gevoelige microfoon tijdens een rockconcert. In een drukke noodopvang slaat die microfoon dicht. Wat in een dossier staat als “aanwezig”, is voor mij soms een hele dag vechten om overeind te blijven.
En nu is het lichamelijk. Eén van mijn testikels is opgezet. Ik zweet al dagen. Eet steeds minder. Kan nauwelijks nog lopen. Naar het ziekenhuis kan ik niet — geen zorgverzekering. Er zou zorg langskomen. Die heb ik niet gezien. Ondertussen moet ik weer buiten blijven, zodat anderen ook een kans krijgen. Dertig mensen stonden laatst te wachten op tien kamers.
Elke ochtend loop ik langs bankjes met slogans. “Lef tonen. Talent zien. Kansen grijpen. Toekomst geven.” Mooie woorden uit de virtual layer. Maar wanneer de actual layer in de vorm van een dakloze mens voor je staat en zegt: “Laat me gratis iets doen, vrijblijvend, als test,” klinkt het antwoord: “We hebben al onze connecties.”
Dat is de kloof. Tussen de taal van het systeem en het lichaam dat buiten op het bankje wakker wordt.
Ik vraag niet om medelijden. Ik vraag niet om een woning of om geld. Ik vraag of jullie — als organisaties en instituten — nog in staat zijn om de actual layer te blijven zien naast de virtual layer.
Niet eerst: “Wat zegt het systeem dat we met deze persoon moeten doen?” Maar eerst: “Wat gebeurt er op dit moment werkelijk met deze mens?”
Want abstracties zijn tools. Geen waarheden. De regels zijn er voor de mens. De mens is er niet voor de regels.
En ik verdwijn langzaam in jullie abstractie. Niet dramatisch. Gewoon stil. Stap voor stap.
